Auteurs van deze pagina: Suzanne van Duijn, Tyche Grijns en Ayelet Karo

0. Praktische informatie voor taalonderzoek

Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transferHet Koreaans verschilt in een aantal opzichten van het Nederlands op zodanige wijze dat er problemen kunnen ontstaan op het gebied van fonologie, morfologie, syntaxis, semantiek en pragmatiek. Als u onderstaande problemen constateert bij een jonge leerder van het Nederlands met het Koreaans als moedertaal, hoeft dat dus niet per se te wijzen op een TOS.
FonologieHet Nederlands kent klanken die het Koreaans niet kent, waardoor een Koreaanse moedertaalspreker uitspraakproblemen kan hebben met onder andere de /v/, /f/, /z/ en /g/. Ook hebben Koreaanse moedertaalsprekers waarschijnlijk moeite met het verschil in uitspraak tussen de /l/ en /r/. Ook kunnen Koreaanse leerders van het Nederlands moeite hebben met diftongen. Het kan zijn dat een kind langer nodig heeft zich deze klanken eigen te maken.
MorfologieIn het Koreaans is er geen werkwoordsvervoeging voor getal en/of geslacht, tegenover de drie vormen in het Nederlands (1ste pers. ev; 2de/3de pers. ev; mv). Hierdoor zou het kunnen dat een Koreaanse moedertaalspreker moeite heeft met werkwoordsvervoeging in het Nederlands en dit niet op de juiste manier doet. Hiernaast heeft Koreaans een andere vervoeging van het meervoud en verkleinwoorden. Ook hiermee zouden Koreaanse NT2’ers fouten kunnen maken. Wat ook zou kunnen is dat het kind moeite heeft met de Nederlandse bijvoeglijke naamwoorden, omdat er in het Koreaans maar één vorm voor is.

SyntaxisHet zou kunnen dat een Koreaanse moedertaalspreker moeite heeft met de SVO-volgorde van een hoofdzin in het Nederlands; hij maakt er waarschijnlijk altijd SOV van. Ook kan het zijn dat de leerder het onderwerp weglaat in een zin.
SemantiekOmdat er in het Koreaans geen lidwoorden bestaan, kan het zijn dat een Koreaans kind deze weglaat in het Nederlands of er fouten mee maakt.

PragmatiekHet zou kunnen zijn dat een kind moeite heeft met het aanspreken van iemand met “meneer” of “mevrouw” + achternaam, omdat in het Koreaans iemand met met “meneer” of “mevrouw” + voornaam (+achternaam) wordt aangesproken.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementenEr is helaas maar heel beperkt onderzoek gedaan naar taalontwikkelingsstoornissen in het Koreaans. Hierdoor kunnen er bijna geen uitspraken gedaan worden over specifieke TOS-elementen in deze taal. Waar wel naar gevraagd kan worden, is het volgende:
- Heeft het kind moeite met het aangeven van de juiste tijd bij de werkwoordsvervoeging?- Gebruikt het kind het juiste beleefdheidsniveau op het juiste moment?- Heeft het kind moeite met de uitspraak van woorden met meerdere syllaben?
top

1 Algemene informatie over het Koreaans

Het Koreaans (한국어, hangugeo) heeft wereldwijd ongeveer 80 miljoen sprekers en is de officiële taal van Noord-Korea en Zuid-Korea. Ook is Koreaans een van de twee officiële talen in Yanbian Korean Autonomous Prefecture in de Volksrepubliek China. Verder wordt de taal ook gesproken in onder andere de Verenigde Staten, Canada en Japan.

Dialecten
In Korea zijn er 7 officiële Koreaanse dialecten. Het standaard dialect wordt gesproken in en rond de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel. De overige dialecten zijn als volgt: Gyeongsang (Zuidoosten, rond de stad Busan), Jeolla (Zuidwesten) en Jeju (Eiland in het zuiden), Yeongdong (Oostkust), P'yŏngan (Noordwesten en Liaoning (China)) en Hamgyŏng (Noordoosten en Jilin (China)).
Wat ook belangrijk is om te weten is dat het verschil tussen deze dialecten behoorlijk groot is. Dit betreft voornamelijk de verschillen tussen de Noord-Koreaanse dialecten en de Zuid-Koreaans dialecten. Deze verschillen zijn onder andere te vinden in uitspraak, spelling, grammatica en vocabulaire.

Het Koreaanse schrift
Het grootste gedeelte van het Koreaanse schrift bestaat uit een fonetisch schrift, hangul, dit wil zeggen dat elke klank een eigen teken heeft. Daarnaast wordt er ook gebruik gemaakt van hanja, traditionele Chinese karakters die opgenomen zijn in het Koreaanse schrift. In Zuid-Korea wordt hanja nog wel gebruikt, maar het wordt nog zeer weinig gebruikt. In tegenstelling tot Zuid-Korea, is het gebruik van hanja in Noord-Korea al sinds 1949 niet meer toegestaan en wordt alleen hangul gebruikt.

Koreaans Hangul.jpg
Figuur 1: Voorbeeld van het Koreaanse schrift hangul. De consonanten staat op de horizontale lijn en de vocalen op de verticale lijn. De combinaties consonant en vocaal die niet samen gebruikt kunnen worden hebben een grijze kleur, de rest is weergegeven in kleur.

Classificatie
Er zijn nogal wat problemen met het classificeren van de Koreaanse taal. Sommige linguïsten classificeren Koreaans als een geïsoleerde taal, maar anderen vinden dat de taal bij de Altaïsche talen hoort. Dat de taal geclassificeerd wordt als Altaïsche taal komt onder andere doordat Koreaans op grammaticaal vlak veel lijkt op het Japans en omdat er ook andere gelijkenissen (zoals klinkerharmonie en agglutinatie) gevonden zijn met de andere Altaïsche talen, zoals de Turkse en Mongoolse talen.

top


2 Specifieke informatie over het Koreaans

2.1 Fonologie

Het Koreaans heeft in totaal 19 consonanten en 21 vocalen, waarvan 9 monoftongen en 12 diftongen. Het Koreaans is een transparante taal en in principe wordt elke klank met één bepaalde letter verbonden.

Consonanten
Hieronder staan de consonanten/medeklinkers die in het Koreaans gebruikt worden.


Bilabiaal
Alveolaar
Postalveolaar
Velaar
Glottaal
Nasalen

/m/
/n/

/ŋ/

Plosieven
plain
/p/ of /b/
/t/ of /d/
/t͡ɕ/
/k/ of /g/

en
tense
/p͈/
/t͈/
/t͡ɕ͈/
/k͈/

Affricaten
aspirated
/pʰ/
/tʰ/
/t͡ɕʰ/
/kʰ/

Fricatieven
plain

/sʰ/


/h/

tense

/s͈/



Liquida

/w/
/l/
/j/



Vocalen
Hieronder staan de vocalen/klinkers die in het Koreaans gebruikt worden. Deze worden onderverdeeld in monoftongen en diftongen, of in het Koreaans: de makkelijke klinkers en de lastige klinkers.

Monoftongen
Hangul









IPA
i
e
ø
ɛ
a
o
u
ʌ
ɯ

Diftongen
Hangul












IPA
ɰi
je

ja
jo
ju

ɥi
we

wa


Allofonen
Het Koreaans heeft veel allofonen. Dit betekent dat één foneem op verschillende manieren uitgesproken kan worden.
Foneem


g


k


kk


ng


d


t


s


ss


j


ch


tt


jj


n


r


b


p


pp


m


h
Initieel allofoon
k



t




tɕʰ

t͈ɕ
n
(n)
p


m
h
Tussen allofoon
ɡ
ŋ
d

ɾ
b
(ɦ)
Eind allofoon



l




Om een voorbeeld te geven analyseren we het woord voor ‘zeven’, 일곱, ilgop. Dit woord bestaat uit één initieel allofoon, een tussen-allofoon en twee eind-allofonen. Het initiële allofoon is de [], in de tabel staat er niets, omdat dit foneem aan het begin nooit uitgesproken wordt. De tussen-allofoon is de [], deze wordt uitgesproken als de /g/. Als laatste zijn er twee eind-allofonen, namelijk [], die uitgesproken wordt als /l/, en [] die uitgesproken wordt als //.

Problemen die kunnen ontstaan bij Koreanen die Nederlands leren
Het Nederlands heeft klanken die het Koreaans niet heeft. Dit kan tot uitspraakproblemen leiden bij zowel Koreaanse kinderen, als volwassenen.
De volgende consonanten heeft het Nederlands wel, maar het Koreaans niet en kunnen daarom voor problemen zorgen:
- De labiale fricatieven [v] en [f]
- De alveolare fricatief [z]
- De post-alveolare fricatieven [ʒ] en [ʃ]
- De velare fricatieven [ɣ] en [x]

Onderzoek van Ingram & Park (1998) heeft aangetoond dat Koreaanse moedertaalsprekers die Engels leren het erg lastig vinden om de klanken /r/ en /l/ uit elkaar te houden. Er is geen onderzoek gedaan naar deze klanken bij Koreaanse moedertaalsprekers die Nederlands leren, maar houd er wel rekening mee dat dit een probleem kan zijn in het Nederlands.
De volgende vocalen heeft het Nederlands wel, maar het Koreaans niet en kunnen daarom ook voor problemen zorgen:
- De korte klinkers: /ɑ/, /ɪ/, /ɔ/ en /ʏ/
- De lange klinkers: /y/ en /øː/
- De sjwa klank: /ə/
- De diftongs: /ɛɪ/ /œy/ /ɔu/

top


2.2 Morfologie

Het Koreaans maakt veel gebruik van agglutinatie, oftewel het gebruik van suffixen.

Zelfstandig naamwoorden
Achter zelfstandig naamwoorden komt er altijd een suffix. Deze suffixen wordt ook wel partikels of postpositions genoemd. Het suffix geeft aan wat voor doel of welke relatie het zelfstandig naamwoord heeft ten opzichte van de rest van de zin. Hieronder volgt een korte lijst met voorbeelden.

- i/ga /: markeert het subject van de zin.
- eun/neun /: markeert het topic van de zin.
- eul/reul /: markeert het leidend voorwerp van de zin.
- e: markeert tijden en plaatsen.

Werkwoorden
Het vervoegen van werkwoorden wordt gedaan door suffixen aan de stam toe te voegen. Om te beginnen is het handig om te melden dat de ‘woordenboekvorm’ van het Koreaans ook een suffix heeft, namelijk da. Als men de stam van het werkwoord wil, dan hoeft men alleen de vorm er vanaf te halen. Laten we een voorbeeld geven met het werkwoord ‘eten’.

Dit is in het Koreaans 먹다 mokda. Hieronder volgen eerst voorbeelden van hoe tijdsaspecten worden weergegeven m.b.v. achtervoegsels:
- eoyo 어요: tegenwoordige tijd
- eosseoyo 었어요: verleden tijd
- go isseoyo고있어요: iets op dit moment aan het doen zijn
- eul geoeyo을거에요: toekomst, waarschijnlijk

De vervoeging van het werkwoord eten ziet er dan als volgt uit:
- mokda (eten)
- mokeoyo (ik) eet, (jij, hij, zij, het) eet (wij, jullie, zij) eten
- mokeosseoyo (ik) at/heb gegeten, (jij, hij, zij, het) at/heb gegeten (wij, jullie, zij) aten/hebben gegeten
- mokgo isseoyo: ik ben aan het eten
- mokeul geoeyo: ik ga waarschijnlijk eten

Getallen
In het Nederlands gebruiken wij bij het aangeven van getallen groter dan 1 de meervoudsvorm, bijvoorbeeld twee maanden. In het Koreaans bestaat de meervoudsvorm niet. In plaats daarvan gebruiken ze verschillende suffixen. Bijvoorbeeld, de suffix voor maand isweol, dus 1 maand is 1weol, 2 maanden is 2weol 3 maanden is 3weol, etc.

Hieronder volgt een kort lijstje van verschillende suffixen die bij getallen horen.
- Saram 사람: persoon
- Si : uren
- Bun: minuten
- Nyeon: jaren
- Weol : maanden
- Ju : weken
- Il : dagen

Voornaamwoorden
Wanneer men in het Koreaans een bezittelijk voornaamwoord wil gebruken, maakt men gebruik van een het suffix ui, na het persoonlijk voornaamwoord. Het persoonlijk voornaamwoord voor ‘ik’ is na. Om van het bezittelijk voornaamwoord ‘mijn’ te maken, wordt de erachter gezet en krijg je나의 naui.

Prefixen
Niet alleen maakt het Koreaans gebruik van suffixen, maar ook van prefixen. Prefixen worden wel een stuk minder gebruikt. Hieronder volgt een korte lijst met prefixen.
- An : ontkenning (werkwoorden)
- Dae: groot
- Nal : rauw
- Mok: houten
- Je: markeert rangtelwoorden

Problemen die kunnen ontstaan bij Koreanen die Nederlands leren
De manier waarop het Nederlands zijn werkwoorden vervoegt is totaal anders dan in het Koreaans. Waar Koreanen maar één vorm hoeven te leren voor de tegenwoordige tijd, moeten ze er in het Nederlands drie leren: eerste persoon enkelvoud, tweede/derde persoon enkelvoud en meervoud. Daarnaast zullen ook de onregelmatige werkwoorden lastiger te leren zijn dan regelmatige werkwoorden.
De volgende morfemen heeft het Nederlands wel, maar het Koreaans niet en kunnen daarom voor problemen zorgen:
- Meervoudsvormen
- Verkleinwoorden

top

2.3 Syntaxis

Zoals we weten, heeft het Nederlands twee verschillende zinsstructuren. Voor een hoofdzin gebruikt men de subject, verb, voorwerp/bepaling (SVO) volgorde, maar in een bijzin wordt de subject, voorwerp/bepaling, verb (SOV) volgorde gebruikt.
Het Koreaans is behoorlijk vrij in volgorde van woorden in de zin, alleen het werkwoord staat op een vaste plaats in de zin, namelijk de laatste plaats. Over het algemeen wordt voor het grootste deel de SOV structuur gebruikt, maar ook andere structuren waarbij het werkwoord als laatste voorkomt, is bruikbaar in het Koreaans.
Subject (onderwerp)
Object (voorwerp/bepaling)
Verb (werkwoord)

네덜란드에서
아요
Na-neun
Nedeorrandeu-eseo
Sal-ayo
Ik
in Nederland
woon

Een belangrijk verschil tussen het Nederlands en Koreaans is dat in het Nederlands een zin altijd moet bestaan uit een onderwerp en een werkwoord, maar in het Koreaans is alleen het gebruik van een werkwoord al een complete zin, want het onderwerp kan in het Koreaans weggelaten worden als het onderwerp van gesprek al duidelijk is.

Problemen die kunnen ontstaan bij Koreanen die Nederlands leren
De volgorde van de Nederlandse hoofdzin is onbekend voor een Koreaan en zou dus voor problemen kunnen zorgen. De volgorde van de bijzinnen in het Nederlands is niet onbekend voor een Koreaan, aangezien dit voor hen de ‘standaard’ structuur is, dus dit zou niet voor veel problemen moeten zorgen. Aan de andere kant zou het zo kunnen zijn dat ze, na het leren van SVO-volgorde, deze gaan overgeneraliseren en ook in de bijzin gaan gebruiken, zoals veel tweedetaalleerders van het Nederlands.

Waar een Koreaanse moedertaalspreker aan zou moeten wennen is dat er in een Nederlandse zin altijd een onderwerp én een werkwoord moet staan. Dit kan lastig zijn, aangezien alleen het gebruik van een werkwoord in het Koreaans al een goede, complete zin is.

top

2.4 Semantiek

Voor een zelfstandig naamwoord gebruikt de Nederlandse taal een van de volgende lidwoorden: de, het of een. In het Koreaans wordt er geen gebruik gemaakt van lidwoorden. De lidwoorden die in het Nederlands gebruikt worden, kunnen dus voor een probleem zorgen bij de Koreanen. Waar een moedertaalspreker van het Nederlands zegt: “Ik eet in een restaurant”, zegt een moedertaalspreker van het Koreaans waarschijnlijk “Ik eet in restaurant”, omdat lidwoorden onbekend zijn voor hen.

Ook kunnen er veel fouten gemaakt worden wanneer lidwoorden wel uitgesproken worden. Zo is er uit onderzoek van Orgassa & Weerman (2008) gebleken dat bij bilinguale Turkse kinderen tussen de 6 en 8 jaar oud 77% van de kinderen het lidwoord de goed gebruikt, maar slechts 15% van de kinderen gebruiken het lidwoord het correct. Bij bilinguale Turkse kinderen met SLI is dit percentage nog lager, namelijk 71% correct gebruik van de en slechts 1% correct gebruik van het lidwoord het. Nu vraagt men zich vast af waarom er op de Koreaanse wiki pagina iets verteld wordt over Turkse kinderen. Het Turks en het Koreaans vertonen grote overeenkomen, dus de kans is groot dat sprekers van het Koreaans dezelfde problemen met de Nederlandse lidwoorden hebben als sprekers van het Turks. Het zijn beide Altaïsche talen en beide talen maken geen lidwoorden. Bovendien is het correct gebruiken van de lidwoorden in het Nederlands lastig voor alle tweedetaalleerders. Koreaanssprekende kinderen vormen hier vast geen uitzondering op.

top

2.5 Pragmatiek

Er zijn in het Koreaans 7 niveaus van taalgebruik. Deze niveaus worden geclassificeerd in hoog, midden en laag taalgebruik. Slechts 4 van deze niveaus worden veel in het dagelijks leven gebruikt. Men kan het niveau van taalgebruik herkennen aan het suffix van een werkwoord, eerste en tweede persoon en door het soort vocabulaire dat gebruikt wordt.

Hieronder een lijst met de soorten taalniveaus van hoog naar laag.
- Hoog taalniveau
  • Hasoseo-che
    • Traditioneel werd dit gebruikt wanneer men sprak tegen een koning, koningin of iemand gelijk aan deze stand. Tegenwoordig wordt dit alleen nog maar gebruikt in historische films of series op televisie en in religieuze teksten zoals de Bijbel, Koran, etc.
  • Hapsyo-che
    • Dit is een van de taalniveaus die het meeste gebruikt wordt. Men gebruikt dit tegen vreemden of ouderen. Ook is dit de taal die op TV gesproken wordt.
- Midden taalniveau
  • Haeyo-che
    • Dit niveau wordt ook veel in het dagelijks leven gebruikt, vooral tegen vreemden van dezelfde leeftijd, vrienden en familie. Ook wordt dit niveau geleerd aan T2 leerders van het Koreaans.
  • Hao-che
    • Alleen de oudere generatie Koreaanse mannen gebruikt dit taalniveau nog naar mensen van hun eigen leeftijd.
  • Hage-che
    • Alleen de oudere generatie Koreaanse gebruikt dit taalniveau nog naar mensen jonger dan zichzelf en vrienden.
- Laag taalniveau
  • Haera-che
    • Dit niveau wordt gebruikt tegen hele goede vrienden en familie waar men heel hecht mee is. Deze stijl wordt ook gebruikt in boeken, (informelere) kranten en tijdschriften.
  • Hae-che
    • Net als het vorige niveau wordt deze stijl gebruikt tegen hele hechte vrienden en familie. Ook wordt dit niveau gebruikt door ouders aan hele kleine kinderen.

Waar wij in het Nederlands mevrouw of meneer zeggen tegen vreemden, worden er in het Koreaans verschillende suffixen gebruikt. Zo gebruikt men het suffix nim achter de zelfstandig naamwoorden van familieleden, bijvoorbeeld oma (halmeonim), moeder (eomeonim) of dochter (ttanim). Het suffix dat het meeste gebruikt wordt is ssi. Dit wordt gebruikt achter iemands volledige naam, of achter iemands voornaam. Ssi achter iemands achternaam wordt gezien als onbeleefd.

Problemen die kunnen ontstaan bij Koreanen die Nederlands leren
In vergelijking met het Koreaans zijn er in het Nederlands maar twee taalniveaus, namelijk de jij vorm en de u vorm. Het aanleren van de Nederlandse taalniveaus zou voor Koreanen geen problemen moeten veroorzaken.
Het gebruik van meneer en mevrouw is niet onbekend in de Koreaanse taal, alleen is het in het Koreaans zo dat men of alleen de voornaam gebruikt, of de voor- en achternaam, waar in het Nederlands vaak alleen de achternaam gebruikt wordt.

top


3 Verwervingsfases in het Koreaans

Informatie over hoe de verschillende verwervingsfases in het Koreaans weinig informatie te vinden in het Nederlands of Engels. Er is wel informatie gevonden over hoe moedertaalsprekers van het Koreaans hun tweede taal (vaak Engels) leren.

3.1 Werkwoorden

Choi & Gopnik (1995) hebben onderzoek gedaan naar het verschil in woordgebruik tussen Koreaanse en Amerikaanse kinderen van 1;2 tot 1;10 jaar oud. Uit de resultaten van de blijkt dat Koreaanse kinderen van 1;3 al werkwoorden kunnen gebruiken en vervoegen. Ook vertonen 7 kinderen van 1;7 een explosie van het aantal werkwoorden dat ze leren en voor 6 van deze kinderen begint de werkwoordenexplosie eerder dan de zelfstandig naamwoordenexplosie. Een vroege explosie van werkwoorden is niet gevonden in de Engelse data. Uit de resultaten blijkt dan ook Koreaanse moeders meer werkwoorden en minder zelfstandig naamwoorden gebruiken dan Amerikaanse moeders. Koreaanse kinderen verwerven werkwoorden dus eerder dan Amerikaanse kinderen.

3.2 Morfologie

In het onderzoek van Luk & Shirai (2009) is onderzocht of Koreaanse moedertaalsprekers die Engels leren dezelfde verwervingsvolgorde hebben als moedertaalsprekers van het Engels. Er wordt uitgegaan van Krashen’s natural order voor tweede-taalverwerving (1977). Pak (1987) heeft data voor dit onderzoek verzameld bij zowel kinderen als volwassenen, Shin & Milroy (1999) hebben alleen kinderen onderzocht. In tabel 1 kan men zien wat de volgorde is volgens Krashen en in de kolommen rechts van Krashen is hoe Koreanen Engels leren volgens Pak (1987) en Shin & Milroy (1999).

Koreaans Tabel 1 Luk & Shirai.jpg
Tabel 1: De verschillen in verwervingsvolgorde van morfologie tussen T1 sprekers van het Engels (Krashen's natural order) en T1 sprekers van het Koreaans met Engels als T2 (Tabel 3, Luk & Shirai, 2009).

Iets wat gelijk opvalt is dat de volgorde van verwerving bij Koreaanse sprekers, uitgezonderd van de progressive, heel anders is dan Krashen’s natural order. Ook kunnen we hieruit halen dat lidwoorden en meervouden, die niet voorkomen in het Koreaans, later geleerd worden dan wanneer Engels sprekenden ze leren. Aan de andere kant leren Koreanen de possessieven weer sneller dan Engelstaligen.

top


4 Onderzoek naar taalstoornissen in het Koreaans

Dyslexie
Het Koreaans is een transparante taal. Hangul, het Koreaanse schift, is fonetisch, dat wil zeggen dat elk teken maar één klank heeft. Hierdoor komt dyslexie veel minder tot uiting in het Koreaans (Wydell & Butterworth, 1999) dan in bijvoorbeeld Nederland of Engelstalige landen waar de taal een stuk minder transparant is. Een gevolg hiervan is dan ook dat er in Korea weinig onderzoek gedaan is naar dyslexie in het Koreaans.

Kim & Davis (2004) hebben onderzoek gedaan bij slechte, gemiddelde en goede lezers. De participanten zijn Koreaanse kinderen van gemiddeld 11;3 jaar. In dit onderzoek wordt onder andere het lezen van non-woorden onderzocht, waarbij de kinderen de bestaande en niet-bestaande woorden hardop moesten voorlezen. Uit de resultaten blijkt dat goede Koreaanse lezers helemaal geen problemen hebben met het lezen van zowel bestaande als niet-bestaande woorden. De slechte lezers lezen 94.6% van de bestaande woorden correct op en 77.8% van de niet-bestaande woorden.

SLI
Er is iets meer onderzoek gedaan naar SLI bij Koreaanse één- en/of tweetalige kinderen. Hieronder staan een paar interessante studies.

Lee & Gorman (2009) hebben een kleine studie gedaan naar het gebruik van partikels. Dit onderzoek is afgenomen bij slechts vier kinderen: drie bilinguale kinderen Koreaans-Engels en één monolinguaal kind Koreaans. Het eerste bilinguale kind heeft SLI (7;2), het tweede bilinguale kind is normaal ontwikkeld (7;3), het derde bilinguale kind (4;5) is ook normaal ontwikkeld en heeft dezelfde MLU als het kind met SLI en het monolinguale kind (7;3) is ook normaal ontwikkeld. In dit onderzoek is gekeken naar vier partikels: vocative (topic), nominative for person (subject), nominative for object (subject) en accusative (voorwerp/bepaling). Het eerste wat opvalt uit de resultaten (zie tabel 2) is dat het bilinguale kind geen fouten maakt met de partikels en dus beter scoort dan het monolinguale kind. Wat nog meer opvalt is dat niemand fouten maakt met het vocative partikel en dat alleen door het bilinguale MLU matched kind een paar fouten gemaakt woorden bij het nominative (persoon) partikel. Pas bij het nominative (object) en voorwerp/bepaling is er een duidelijk verschil tussen de normaal ontwikkelende kinderen en het SLI kind. Het SLI kind heeft weinig correct bij het nominative (object) partikel en helemaal niets correct bij het voorwerp/bepaling partikel.

Koreaans Tabel 2 Lee & Gorman.jpg
Figuur 2: Gebruik van partikels in spontane spraak bij verschillende Koreaanse kinderen (Figuur 1, Lee & Gorman, 2009)

Kim (2012) heeft onderzoek gedaan naar non-woorden bij bilinguale kinderen Koreaans-Engels met en zonder SLI van gemiddeld 4;8 jaar. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de kinderen met SLI zowel in het Engels als in het Koreaans slechtere resultaten haalden dan de normaal ontwikkelende kinderen. Ook blijkt dat voor beide groepen hoe meer syllaben hoe meer fouten ze maken.

Hwang (2012) heeft onderzoek gedaan naar het herhalen van zinnen bij Koreaanse kinderen van 5 á 6 jaar oud met SLI. De kinderen met SLI herhalen zinnen minder vaak correct dan normaal ontwikkelende kinderen van dezelfde leeftijd. Er was echter geen verschil gevonden tussen de SLI-kinderen en jongere kinderen met dezelfde taalvaardigheid.

top


5 Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen

In paragraaf 2 is aangegeven welke problemen eventueel kunnen ontstaan bij Koreanen die Nederlands leren. Al deze eventuele problemen zullen hieronder opgesomd worden.
  1. De consonanten [v], [f], [z], [ʒ], [ʃ], [ɣ] en [x] kent het Koreaans niet.
  2. Zoals andere Aziaten, vindt ook een Koreaan het lastig om de /r/ en /l/ uit elkaar te houden.
  3. De meeste Nederlandse vocalen kent een Koreaan niet. Dit gaat om de vocalen /ɑ/, /ɪ/, /ɔ/, /ʏ/, /øː/, /ə/, /ɛɪ/, /œy/ en /ɔu/
  4. Koreanen moeten werkwoordvervoegingen in het Nederlands leren, deze is namelijk totaal anders dan het Koreaans. Koreanen hoeven bijvoorbeeld maar één vorm van de tegenwoordige tijd te leren, waarbij ze er in het Nederlands drie moeten leren.
  5. Onregelmatige werkwoorden zijn lastiger voor een Koreaan dan regelmatige werkwoorden.
  6. Meervoudsvormen worden in het Koreaans niet gebruikt.
  7. Ook verkleinwoorden worden in het Koreaans niet gebruikt.
  8. De volgorde van woorden in de hoofdzin (SVO) is onbekend voor een Koreaan.
  9. In het Koreaans is alleen een werkwoord in een zin al een goede, correcte zin. In het Nederlands moet er altijd een onderwerp en een werkwoord zijn.
  10. Lidwoorden worden in het Koreaans niet gebruikt
  11. In het Koreaans wordt alleen meneer/mevrouw voornaam of meneer/mevrouw voor- en achternaam gebruikt. Meneer/mevrouw achternaam is in de Koreaanse taal onbeleefd, maar wordt in het Nederlands vaak gebruikt.

Helaas is er weinig informatie te vinden over de taalverwerving van het Koreaans als eerste taal. Wel is er gevonden dat Koreaanse kinderen werkwoorden eerder verwerven dan Amerikaanse kinderen. Er is wel informatie gevonden over op welke volgorde Koreanen de morfologie van het Engels verwerven en het blijkt dat Koreanen de Engelse morfologie heel anders verwerft dan moedertaalsprekers van het Engels.

Ten slotte is er ook niet heel veel informatie gevonden over TOS in het Koreaans, maar er is wel onder andere onderzoek gedaan naar het gebruik van partikels, non-woorden en het herhalen van zinnen (Hwang, 2012; Kim, 2012, Lee et al., 2009).

Literatuur
Cho, Y. M. (Ed.). (2000). Integrated Korean: Beginning 1 (Vol. 1). University of Hawaii Press.
Choi, S., & Gopnik, A. (1995). Early acquisition of verbs in Korean: A cross-linguistic study. Journal of child language, 22(03), 497-529.
Hwang, M. (2012). Sentence repetition as a clinical marker of specific language impairment in Korean-speaking preschool children. Communication Sciences & Disorders, 17(1), 1-14.
Ingram, J. C., & Park, S. G. (1998). Language, context, and speaker effects in the identification and discrimination of English/r/and/l/by Japanese and Korean listeners. The journal of the AcousticalSociety of America, 103(2), 1161-1174.
Kim, H. (2012). Investigating the use of non-word repetition test to identify SLI in bilingual Korean-English preschool children (Doctoral dissertation, The William Paterson University of New Jersey).
Kim, J., & Davis, C. (2004). Characteristics of poor readers of Korean Hangul: Auditory, visual and phonological processing. Reading and Writing, 17, 153–185.
Ko, Heejeong, Tania Ionin, and Ken Wexler. (2009). L2-acquisition of English articles by Korean speakers. In The handbook of East Asian psycholinguistics. Vol. 3, Korean, ed. by Chungmin Lee, Greg B. Simpson, and Youngjin Kim, 286–304. Cambridge: Cambridge University Press.
Krashen, S. (1977). Some issues relating to the Monitor Model. In H. Brown, C. Yorio, & R. Crymes (Eds.), On TESOL’77 (pp. 144–158). Washington, DC: TESOL.
Lee, S., & Gorman, B. K. (2009). Production of Korean Case Particles in a Korean—English Bilingual Child With Specific Language Impairment A Preliminary Study. Communication Disorders Quarterly, 30(3), 167-177.
Luk, Z. P. S., & Shirai, Y. (2009). Is the Acquisition Order of Grammatical Morphemes Impervious to L1 Knowledge? Evidence From the Acquisition of Plural‐s, Articles, and Possessive’s. Language Learning, 59(4), 721-754.
Pak, Y. (1987). Age differences in morpheme acquisition among Korean ESL learners: Acquisition order and acquisition rate. Unpublished doctoral dissertation, University of Texas at Austin.
Orgassa, A. & F. Weerman (2008). Dutch gender in specific language impairment and second language acquisition. Second language Research, 24, 333-364.
Shin, S., & Milroy, L. (1999). Bilingual language acquisition by Korean schoolchildren in New York City. Bilingualism: Language and Cognition, 2(2), 147–167.
Sohn, H. M. (2001). The Korean Language. Cambridge University Press.
Wydell, T. & Butterworth, B. (1999). A case study of an English–Japanese bilingual with monolingual dyslexia. Cognition, 70, 273–305.

http://en.wikipedia.org/wiki/Korean_language

http://www.learnkoreanlp.com/

top